Palestina (afkomstig van het Griekse Παλαιστίνη; vandaar vertaald in het Latijn: Palaestina; Hebreeuws: פלשתינה Palestina; Arabisch: فلسطين Filasṭīn, Falasṭīn, Filisṭīn) is een naam met vele betekenissen.
In de oudste, breedste, niet-politieke zin wordt hiermee 'het oude Palestina' aangeduid, een landstreek die het huidige Israël en de Palestijnse Autoriteit omvat, benevens delen van Jordanië, Syrië en Libanon. Zo opgevat lopen Palestina's grenzen van de Libanese kustplaats Sidon oostwaarts tot aan Damascus, naar het zuiden tot aan de Golf van Akaba, en dan in noord-westelijke richting naar Rafiah aan de Middellandse Zee.
Veel Israëli's en Joodse en Christelijke zionisten gebruiken de uitdrukking Land (van) Israël, in het Hebreeuws ארץ־ישראל, Erets Jisrael voor hetzelfde aardrijkskundige gebied in zijn enge of brede betekenis. Andere benamingen voor dezelfde landstreek zijn o.a. Kanaän en Het Heilige Land.
In het politieke debat van onze tijd roept de naam Palestina vaak heftige emoties op. Voor veel Joden is het oude Palestina het aan hun voorvaderen beloofde, Bijbelse grondgebied en de plaats waar ooit het spirituele centrum van de hele Joodse gemeenschap stond, de Tempel van Jeruzalem. Voor de moslims is weer zo dat zij geloven dat god (oftewel: In het Hebreeuws: Jahweh; In het Arabisch: Allah) de Israëlieten in de tijd van Mozes verstoten heeft uit het grondgebied omdat ze God niet eerbiedig waren. Sommige Arabieren, met name zij die door hun vertrek tijdens de oorlog van 1948 resp. 1967 statenloos geworden zijn, beschouwen het Mandaatgebied Palestina als hun individuele vaderland.
Tenslotte pogen Arabieren een onafhankelijk Arabisch Palestina op te zetten. De eerste Palestijnse regering (1948-1959) faalde. Sinds 1994 onderhandelen diplomaten en regeringsleiders opnieuw over de opbouw van een dergelijke staat naast Israël, maar het is onduidelijk of die er ook in werkelijkheid zal komen.
Inhoud |
bewerk Aanduidingen in het verleden
De naam Palestina werd in het verleden als volgt gebruikt:
- De Oud-Grieken duidden met de naam Palestina de kuststreek aan waar de Filistijnen woonden. De Filistijnen kwamen van Cyprus en hun cultuur is verloren gegaan. Zij waren vijanden der Joden (de Bijbelse strijd van Goliath tegen David spreekt daarover). Later gebruikten de Grieken (en de Romeinen) de naam Palestina ook voor het 'land der Joden'.
- In 136, na de opstand van Simon bar Kochba, liet de Romeinse Keizer Hadrianus elke herinnering aan de Joden uitbannen. Jeruzalem werd Aelia Capitolina en het land werd deel van de provincie 'Syria-Palaestina'.
- Gedurende vele eeuwen doelde de naam Palestina niet op een zelfstandig bestuurd land. Pas in 1920 kwam daarin verandering. De Conferentie van San Remo verdeelde het Ottomaanse Rijk in mandaatgebieden - de Syrische provincie van het voormalige Ottomaanse Rijk werd daarbij - onder protest der Arabieren - in twee delen opgesplitst. Het noordelijke segment met Syrië/Libanon verviel aan Frankrijk, het zuidelijk deel werd een Brits mandaatgebied en droeg voortaan de officiële naam Palestina. De Britten kregen bovendien van de Volkenbond de specifieke opdracht om in Palestina een Joods Nationaal Tehuis te doen ontstaan.
- Aanvankelijk omvatte dit mandaatgebied Palestina ook een groot stuk land ten oosten van de Jordaan maar in 1923 werd dat deel semi-autonoom en kreeg de naam Transjordanië. Vanaf dat moment gold de naam Palestina slechts voor het resterende grondgebied westelijk van de Jordaan.
- Het VN Verdelingsplan van 29 november 1947 stelde voor, dit kleinschalige Palestina nogmaals in twee segmenten te splitsen, een Arabisch en een Joods gedeelte, die zich zelfstandig moesten verklaren. Op 14 mei 1948, aan de vooravond van het vertrek der Britten, riepen de Joden van Palestina de onafhankelijke staat Israël uit. In de weken en maanden van oorlog die daarop volgden vertrok het merendeel der Arabieren uit het Joodse gedeelte of zij werden verdreven. Grote delen van het grondgebied dat voor de Arabieren van Palestina was bedoeld, werden door Jordanië en Egypte ingenomen. Door deze gebeurtenissen verdween de naam Palestina abrupt van de wereldkaart en werden de meeste van zijn vroegere Arabische bewoners tot statenloze vluchtelingen.
bewerk Palestina en de Palestijnen
Sinds 1994 wordt de term 'Palestina' opnieuw semi-officieel gebruikt voor het deels autonome mini-staatje (ongeveer zo groot als de provincie Gelderland) van de Palestijnse Autoriteit (PA). Zie ook de Palestijnse Gebieden. Het feit dat de Arabieren hun toekomstige land juist een naam willen geven die met de Romeinse en Britse overheersing in verband staat, leidt bij velen tot onrust en verwarring. De huidige term "Palestijnen" in de officiële betekenis van niet-Joodse Arabieren dateert van 1964 (oprichting van de PLO in Egypte). Er bestaat geen wetenschappelijk, volkenkundig verband tussen de polytheïstische, onbesneden Filistijnen van weleer en de Palestijnen van vandaag.
bewerk Geschiedenis
Door de geschiedenis heen werd de regio Palestina bewoond door verschillende volkeren met elk hun eigen religie. Meestal maakten de omringende grootmachten van het Midden-Oosten zoals Egypte, Assyrië, Perzië, later Romeinen, Grieken en na hen de islamitische rijken er de dienst uit. Als enige had het Joodse volk er ooit zijn hoofdstad, Jeruzalem. Onder de Joden was het gebied met enkele onderbrekingen gedurende een aantal eeuwen in staatkundig opzicht geheel soeverein (rond het jaar 1000 vóór Christus). Sinds 1948 zetelt er voor het eerst sinds duizenden jaren weer een regering in Jeruzalem die het land van daar uit zelf bestuurt.
bewerk Tijdstabel
| 4000-1250 Kanaän | Kanaän (de oorspronkelijke benaming van het gebied) wordt bewoond door de Kanaänieten. Vanaf ongeveer 3200 v.Chr. wordt Kanaän min of meer een vazalstaat van Egypte. De Kanaänieten wonen veelal in versterkte dorpen en stadjes maar ook veehoudende nomaden zwerven er rond. Een van hen (hoewel niet van Kanaänietische oorsprong) is volgens de Tenach Abraham en zijn nakomelingen die echter naar Egypte verhuizen tijdens een hongersnood (± 1600 v.Chr.) |
| 1250-1020; Twaalfstammenrijk van Israël; Filistina | Verovering van Kanaän door Jozua; Oprichting van Filistijnse staat langs zuidkust |
| 1020-928 Eén koninkrijk Israël | Koningen Saul, David en Salomo
Bouw van de Tempel van Salomo |
| 922-722 Koninkrijken Israël en Juda | 722 Samaria (Hoofdstad tienstammenrijk Israël) ingenomen door Assyrië (Sargon II): Israël weggevoerd. Instromende volkeren uit het Assyrische rijk nemen hun plaats in. Filistina wordt eveneens veroverd door Assyrië |
| 722-586 Koninkrijk Juda | |
| 586-538 Babylonische ballingschap voor het joodse volk | Juda deels ontvolkt.
In de periode van de ballingschap wordt in Babylonië de synagoge de plaats van samenkomst |
| 538-525 | 538 Cyrus II van Perzië laat eerste ballingen terugkeren naar het land; herbouw van Jeruzalem en de joodse tempel |
| 525-333 | 445 Jeruzalem herbouwd onder Nehemia
|
| 333-166 Hellenistische overheersing | 333-198 Alexander de Grote verovert het gebied; Na de dood van Alexander wordt Palestina toegewezen aan de Ptolemaeën. De Seleuciden veroveren Palestina later op hen
|
| 167-63 Makkabeese opstand en Joodse onafhankelijkheid | 167 Mattathias neemt het initiatief voor de Makkabeese opstand tegen de Seleuciden
|
| 63 v.Chr.-AD 337
|
63 v.Chr. Pompeius neemt Jeruzalem in; Palestina wordt een vazalstaat onder Hyrkanus II en later Herodes de Grote
|
| 337-638 Byzantijns bestuur | 390 Opsplitsing Romeinse provincie in drie delen: Palaestina Prima (hoofdplaats Caesarea), Palaestina Secunda (hoofdplaats Scythopolis), Palaestina Tertia (hoofdplaats Petra)
|
| 638-1099 Arabische Rijk (kaliefen) | 638 Omar ibn al-Chattab valt Jeruzalem binnen en beëindigt het Byzantijnse bestuur 661-750 De Arabische Omajjaden regeren vanuit Damascus; bouw van de Rotskoepel (Abd al-Malik) (685-705) en de Al-Aqsamoskee in zijn huidige vorm (al-Walid) (705-715). |
| 1099-1291 Onder de kruisvaarders: Latijnse Koninkrijk van Jeruzalem | 1097-1099 Eerste kruistocht, 1099 inname van Jeruzalem
|
| 1291-1516 Onder de Mamelukken | 1291 De Mamelukse sultan Khalil verovert na een bloedig beleg het laatste kruisvaarderbolwerk in Akko (Acra) en Qisariya (Cesarea);
regering vanuit Caïro |
| 1516-1917 Onderdeel van het Ottomaanse Rijk |
1516 Palestina wordt in het Ottomaanse Rijk opgenomen en vanuit Constantinopel bestuurd
|
| 1917-1948 Brits Mandaat voor Palestina | 1917 Tijdens de Eerste Wereldoorlog geeft Engeland de Balfour-verklaring uit. Hierin zeggen de Britten steun toe voor de opbouw van een Joods nationaal tehuis in Palestina. Later veroveren zij onder leiding van generaal Edmund Allenby de Levant op het Ottomaanse rijk. 1920 Engeland krijgt op de Conferentie van San Remo van de Volkerenbond het mandaat over het Mandaatgebied Palestina. Het mandaat bevat de specifieke opdracht tot de oprichting van een Joods Nationaal Tehuis in heel Palestina.[1].
|
| 1947-1949 | 29 november 1947 De VN nemen resolutie 181 aan, met de aanbeveling Palestina nogmaals op te delen in een Joodse en een Arabische staat. Jeruzalem krijgt een internationaal statuut. De Joden van Palestina accepteren de resolutie die ook bekend staat als het Verdelingsplan, terwijl de Arabieren van Palestina en daarbuiten haar unaniem van de hand wijzen. Na het bekendworden van de resolutie breekt in Palestina opnieuw een burgeroorlog uit.
2 april-14 mei Joodse strijdkrachten voeren Plan Dalet uit om het in het Verdelingsplan aan de Joodse staat toegewezen gebied alsmede daarbuiten Joodse bevolkingsconcentraties veilig te stellen, evenals het verdrijven van zoveel mogelijk vijandige Arabieren. Ca. 250.000 Arabieren vertrekken vrijwillig of worden op de vlucht gejaagd[3] 14 mei 1948 Het Joods Agentschap roept de onafhankelijke staat Israël uit. 1948-1949 Eerste Arabisch-Israëlische Oorlog. Uitbreiding van de oorlog tussen de Arabieren en de Joden. Nu mengen ook legereenheden uit vijf Arabische buurlanden zich in de strijd. De stroom van Arabisch-Palestijnse oorlogsvluchtelingen zwelt aan tot circa 750.000. Meer dan 400 Arabische dorpen worden onvolkt en afgebroken. Een van de Palestina binnentrekkende Arabische landen, Jordanië, bezet de gehele Westelijke Jordaanoever en daarnaast ook Oost-Jeruzalem. De bevolking van Jeruzalem verdeelt zich volgens etnisch-religieuze lijnen: veel Arabieren trekken weg uit westelijke delen van de stad. De Joodse wijk van oostelijk Jeruzalem wordt wekenlang door het Jordaanse legioen bestookt en uiteindelijk geheel ontruimd waarbij de mannen in krijgsgevangenschap naar Jordanië worden meegenomen. Joden mogen de voor hun heilige plaatsen waaronder de Klaagmuur niet langer bezoeken. Israël richt hoge betonnen muren op om de Joodse bevolking van West-Jeruzalem te beschermen tegen beschietingen vanuit het door Jordanië bezette oostelijke stadsdeel. Egypte, nog een land dat Palestina binnentrekt op de dag dat het Britse Mandaat ten einde komt, verovert de Gazastrook en houdt dit gebied bezet tot 1967. Na deze oorlog beslaat de staat Israël nog slechts 18 % van de oppervlakte van het oorspronkelijke Joods Nationaal Tehuis in het Mandaatgebied Palestina dat de Joden door de San Remo conferentie en de Volkenbond in 1920 was toegezegd. |
| Vanaf 1948 | Ruim 800.000 Joden vluchten of vertrekken onder invloed van Israëlische immigratiecampagnes vanaf 1948 uit Arabische landen, waarvan circa 600.000 naar Israël trekken.[4] [5] |
| 1950 Jordaanse annexatie Westoever | De 'Westelijke Jordaanoever' wordt in 1950 eenzijdig geannexeerd door Jordanië. Zo'n tweeduizend Palestijns-Arabische notabelen zouden hiertoe een verzoek hebben gedaan. Alleen Pakistan en het Verenigd Koninkrijk erkennen de annexatie. |
| 1964 Oprichting van de PLO | In Egypte wordt de PLO gesticht door Jasser Arafat. De PLO ijvert openlijk voor de vernietiging van de staat Israël en doelt met de term Palestijnen in de eerste plaats op de Arabische inwoners van het vroegere Britse Mandaat voor Palestina. De PLO wil de oprichting van Israël weer ongedaan maken en ontkent daarom de doelstelling van het Britse Mandaat voor Palestina, zijnde de ontwikkeling van een Joods Nationaal Tehuis. |
| 1967 Zesdaagse Oorlog | Tijdens de Zesdaagse Oorlog verovert Israël de Westelijke Jordaanoever op Jordanië, de Gazastrook en het Sinaï schiereiland op Egypte en de Golan-hoogte op Syrië, nadat deze landen hun troepen aan hun grenzen met Israël gereed hadden gezet, aanvalspacten hadden ondertekend, de internationale waterwegen in de Rode Zee hadden geblokkeerd en de VN vredesmacht uit de Sinaï 'bufferzone' hadden weggezonden.
|
| 1973 Jom Kipoeroorlog | |
| 1988-1993 Eerste intifada | Tijdens de eerste intifada komen Palestijnen in opstand tegen de Israëlische bezetting. Deze opstand eindigt met de Oslo-akkoorden |
| 1988 Uitroeping Palestijnse staat | Op 15 november 1988 wordt in Tunesië de Palestijnse staat uitgeroepen met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. In totaal erkennen 90 landen de onafhankelijkheidsverklaring. Nederland en België erkennen de staat Palestina niet. |
| 1993-1994 Oslo-akkoorden | De autonome gedeelten van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook vormen sinds 1994 de Palestijnse Autoriteit, conform de Oslo-akkoorden uit 1993. De Palestijnse Authoriteit blijft echter de door Amin El Hoesseini en Jasser Arafat aangewakkerde hoop op de verovering van Israël en de moord op Joden stimuleren, o.a. door op landkaarten bij het onderwijs het woord Israël niet te noemen, maar in plaats daarvan de naam "Palestina" af te drukken. Ook het Handvest van de PLO (dat oproept tot de vernietiging van Israël) wordt niet gewijzigd. Volgens de verdragen tussen de PLO en de Israëlische regering blijven de nederzettingen of koloniën, Israëlische dorpen en steden die sinds 1967 in deze gebieden zijn gebouwd, voorlopig onder Israëlisch gezag[6] |
| 2000-2005 Tweede intifada | De tweede opstand van de Palestijnen. Als aanleiding hiervoor wordt door Palestijnen het bezoek van Ariel Sharon aan de Tempelberg genoemd. |
bewerk Kritiek op de Bijbelse historiciteit
Sommige wetenschappers - bijvoorbeeld Israel Finkelstein en Neil Asher Silberman - hebben op grond van archeologische gegevens van de laatste dertig jaar kritische kanttekeningen bij de historiciteit van de Bijbelse gegevens geplaatst. Volgens hen zou er het nodige niet kloppen en hoort de geschiedenis tot en met Salomo zelfs volledig herschreven te worden. Hun kritiek is echter niet onomstreden; de tijdrekening die Finkelstein en Silberman hanteren zou niet de enig mogelijke zijn.[7]
Volgens beide onderzoekers is de geschiedenis van de oude Israëlieten als volgt verlopen:
Tot 1005: Het hoogland van Kanaän werd geleidelijk bevolkt in de late bronstijd door een groep mensen, de Hebreeën, die geen varkensvlees at. In die periode is geen aanwijzing voor een vijandige overname van buiten; de Hebreeën stammen af van de Kanaänieten.
1005-931: De grote rijken van de koningen David en Salomo hebben in de overgeleverde vorm niet bestaan: het land was dunbevolkt en kon niet genoeg belasting opbrengen om een leger in stand te houden.
931-724: Tot in de late 7e eeuw voor Christus waren de Hebreeën polytheïstisch. De aan Salomo toegeschreven bouwwerken waren van koning Omri en zijn nazaten, die polytheïstisch waren en Israël tot grote bloei brachten; Juda was in die periode een arme landbouwstaat. In 724 wordt Israël ingelijfd in het Assyrische rijk en houdt op te bestaan.
724-586: Het koninkrijk Juda beleefde een grote bevolkingstoename door vluchtelingen uit Israël toen dit door de Assyriërs veroverd werd, en het bloeide op onder Manasse dankzij een lucratieve olijfoliehandel. Het monotheïsme werd gecultiveerd vanuit Jeruzalem, en kwam tot een culminatie onder koning Josia, die (vergeefs) het zwaard opnam tegen de grootmacht Egypte, toen die staat in 609 tegen Babylon optrok. In 586 werd Juda ingelijfd in het Babylonische rijk.
bewerk Het debat rond de zogenaamde Palestijnse gebieden
Een meerderheid van religieuze Israëli's verwijst naar passages in de Thora (de wet van Mozes) om het behoud van de zogenaamde Palestijnse Gebieden te rechtvaardigen. Zij zijn van mening dat het verboden is enig deel van het toegewezen land over te dragen aan niet-Joden omdat God hun voorouders het gehele land zou hebben beloofd (zoals onder meer staat te lezen in Beres'jiet (Genesis) 15:18-21 maar ook in andere delen van de Tenach (de Hebreeuwse Bijbel), zoals Jehosjoea‘ (Jozua) 1:6 en Jechezkel (Ezechiël) 39:28). Daarin worden zij gesteund door niet-religieuze Israëli's die vanuit een nationalistische invalshoek of vanwege veiligheidsredenen deze gebieden niet zouden willen overdragen.[8]
De Thora verbiedt de discriminatie van vreemdelingen in het Joodse land. Deze moeten gelijkwaardig worden behandeld, omdat de Israëlieten (de voorouders van de Joden) eens vreemdelingen waren in het oude Egypte, zoals staat geschreven in Wajikra (Leviticus) 19:33-34.[9] De Israëlieten/Joden behoren volgens de Tenach de overhand in het land Israël te hebben en niet de vreemdelingen.
Oud-opperrabbijn Ovadia Yosef ging zelfs nog verder. Tijdens een bezoek aan - het hedendaagse - Egypte verklaarde hij dat de onschendbaarheid van het menselijk leven boven de onweersproken heiligheid van het land Israël gaat. Hierbij refereerde hij aan het beginsel van Pekuach Nefesj, dat stelt dat het redden van een menselijk leven de hoogste plicht van een Jood is. De Talmoed verwoordt het als: Wie een leven redt, redt een hele wereld. Het beginsel gaat zo ver dat als iemand op de sabbat in levensgevaar verkeert, deze op de sabbat naar het ziekenhuis moet worden gebracht. De oud-opperrabbijn ging er vanuit dat als er mensenlevens gered konden worden door het opgeven van gebied, dit religieus gezien niet geweigerd mocht worden.[10] Met deze en andere argumenten voor ogen evacueerde Israël in 2005 alle ca. 8.000 Joden uit de Gazastrook en walste hun nederzettingen plat, zodat zij niet als uitvalsbasis voor terreurdaden gebruikt kunnen worden. Sindsdien wordt echter heel zuidelijk Israël, en met name het stadje Sderot, vrijwel dagelijks vanuit diezelfde ontruimde Gazastrook met raketten bestookt...
Veel Joden in Israël en daarbuiten zouden graag iets willen doen, inclusief de opgave van grondgebied, om vrede met de Arabieren te bereiken. Hun opponenten voeren daarentegen aan, dat de zogenaamde "Palestijnse" gebieden strikt genomen niet "Palestijns" zijn, maar sinds de Zesdaagse Oorlog met Jordanië gewoon tot Israël behoren. Ten eerste zijn velen van hen na 1967 geboren en zij beschouwen die gebieden als hun eigen land. In de tweede plaats verwijzen zij naar de ontruiming van de Gazastrook en ook naar de teruggave aan Egypte van Sinaï, een gebied vijf keer zo groot als Israël zelf, in het kader van het vredesverdrag (Camp-David-akkoorden). Ook de vrede met Egypte heeft de golf van Jodenhaat, sabotage-acties en zelfs terreuraanslagen vanuit dat land niet of nauwelijks verminderd. Nog steeds moeten Israëli's voor hun leven vrezen als zij Egypte of de Sinaï bezoeken. Het is onder die omstandigheden niet meer dan realistisch, zeggen zij, wanneer Israël voorlopig vasthoudt aan de West-Bank en dat gebied zelfs nooit helemaal zal ontruimen.
bewerk Zie ook
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden in de categorie Palestine van Wikimedia Commons. |
