|
||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
De tiende Russisch-Turkse Oorlog of Russisch-Ottomaanse Oorlog woedde van 1877 tot 1878.
In 1877 nam Rusland grote delen van Turkije in haar bezit en deelde deze uit onder de Slavische landen in de Balkan. Rusland droomde van de Bosporus en de Slaven maakten zich klaar om de Turkse leiders aan te vallen.
Groot-Brittannië voelde zich genoopt de opmars van de Russen te stuiten, omdat daardoor de Britse machtspositie in de Middellandse Zee werd bedreigd, die door de aanleg van het Suezkanaal van groot belang was geworden voor het Britse koloniale rijk.
De Vrede van San Stefano maakte in 1878 een voorlopig eind aan het conflict tussen Rusland en Turkije.
De Vrede van San Stefano was zeer in het nadeel van de Turken en de volledige onafhankelijkheid van Roemenië, Servië en Montenegro werd vastgelegd. De Dobroedzja en Bessarabië kwamen aan Rusland en tussen de Donau en de Egeïsche Zee kwam een groot Bulgarije te liggen, dat een Ottomaanse vazalstaat moest worden, maar de eerste twee jaar nog militair door Rusland zou worden bezet.
De andere grote mogendheden waren verbijsterd door de toegenomen macht van Rusland en een algemene Europese oorlog dreigde. Vooral dankzij de bemiddeling van Bismarck, die zich zelf in de rol van "eerlijke makelaar" zag, werden de geschillen bijgelegd op het Congres van Berlijn.
Bij dat Congres van Berlijn werd Cyprus toegewezen aan Groot-Brittannië en Tunesië aan Frankrijk. Turkije kreeg krachtens de besluiten van dat congres een deel van het bij de Vrede van San Stefano verloren gebied terug en de Russische beschermeling, de vorst van Bulgarije, moest daarom flink wat gebied opgeven.
