| Nederlandse Politiek |
|
|
| Grondwet • Statuut |
| Nederlandse regering |
Staten-Generaal
|
| Hoge Raad |
| Overige Hoge Colleges van Staat |
| Decentrale overheden |
| Buitenlands beleid |
De Tweede Kamer der Staten-Generaal (ook Tweede Kamer genoemd) vormt tezamen met de Eerste Kamer de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Nederlanden (ook bekend als het parlement). Ze is te vergelijken met de Kamer van Volksvertegenwoordigers in België, het House of Commons in het Verenigd Koninkrijk en de Bundestag in Duitsland. De Tweede Kamer wordt samengesteld door een verkiezing.
Inhoud |
bewerk Functioneren
Hoewel de naam misschien het tegendeel doet vermoeden, heeft de Eerste Kamer in de Nederlandse politiek minder macht dan de Tweede. In de Tweede Kamer ontstaan regeringscoalities en vallen ze weer uiteen. Ook worden ministers er ter verantwoording geroepen voor hun beleid. De Eerste Kamer heeft deze macht ook, maar dat gebeurt veel minder vaak. Een minister of kabinet kan niet aanblijven zonder het vertrouwen van (een meerderheid in) de Tweede Kamer.
De Tweede Kamer heeft in hoofdzaak drie taken:
- controle op regeringsbeleid,
- medewetgever (met de regering en de Eerste Kamer) en
- vertegenwoordiging van de bevolking.
Om de regering te kunnen controleren, heeft de Tweede Kamer verschillende rechten en instrumenten. Een belangrijke bevoegdheid van de Tweede Kamer is het budgetrecht of recht van begroting. Dat is de mogelijkheid begrotingen van de ministeries goed en af te keuren en om ze te wijzigen. Ook het recht van interpellatie en het recht van enquête hoort hierbij. Een van de belangrijkste rechten bij de wetgeving is het recht van amendement. Dat is de mogelijkheid om wetsontwerpen op onderdelen te wijzigen (Zie: Nederlandse wetgeving). Als een meerderheid van de Kamer het amendement steunt, dan wordt de verlangde wijziging aangebracht. Een minister die daar grote bezwaren tegen heeft kan dreigen met aftreden of met intrekking van het gehele wetsontwerp. Een ander instrument van de Kamer is de zogenaamde motie. In een motie spreekt de Kamer een mening uit of vraagt zij een minister of het hele kabinet om iets te doen of juist na te laten. Zo'n uitspraak weegt minder zwaar dan een amendement, omdat hij niet bindend is. Een minister kan een motie naast zich neerleggen.
De Tweede Kamer heeft ook het recht van initiatief. Dat is het recht om wetsvoorstellen in te dienen. De meeste wetsvoorstellen worden opgesteld door de regering, maar een paar keer per jaar dient/dienen 1 of enkele Kamerleden een zogeheten initiatiefwetsvoorstel in.
Verder kan de Kamer gebruikmaken van het recht van interpellatie. Een interpellatie is een debat waarin een minister ter verantwoording wordt geroepen voor een of ander besluit. Elk Kamerlid kan om een debat vragen, maar het gaat alleen door als een meerderheid van de Kamer ermee instemt, wat in praktijk meestal gebeurt.
In minder zwaarwegende kwesties kunnen ministers door Kamerleden aan de tand worden gevoeld tijdens het wekelijkse mondelinge vragenuurtje van de Tweede Kamer. Ook bestaat de mogelijkheid om schriftelijke vragen te stellen, waarop de betrokken minister of staatssecretaris verplicht is te antwoorden.
In uitzonderlijke gevallen maakt de Kamer gebruik van het recht van enquête. Een speciaal daarvoor benoemde commissie onderzoekt dan in een bepaalde kwestie het regeringsbeleid tot op de bodem. Betrokkenen kunnen onder ede worden gehoord en gegijzeld worden. Bekende voorbeelden zijn de enquête naar de Bijlmerramp en de enquête naar Bouwfraude (2002).
In de Tweede Kamer is plaats voor 150 vertegenwoordigers van de politieke partijen die bij algemene, landelijke, democratische Tweede Kamerverkiezingen in de Kamer worden gekozen op basis van evenredige vertegenwoordiging. Een plaats wordt een zetel genoemd; de vertegenwoordigers worden Kamerleden of parlementariërs genoemd. Voor 1917 werd er gebruik gemaakt van een ingewikkeld districtenstelsel waarbij alleen bepaalde mannen mochten stemmen. In 1917 en 1919 werd de wet zo aangepast dat alle mannen en respectievelijk vrouwen ook mochten stemmen. Voor november 1956 waren er maar 100 zetels.
Nadat op 29 juni 2006 het Kabinet-Balkenende II is gevallen, hebben de laatste verkiezingen op 22 november 2006 plaatsgevonden.
bewerk Leden
De zetelverdeling in de Tweede Kamer vanaf 22 november 2006 (aantallen vergeleken met periode 2003-2006):
Totaal (opkomst 80.0 %) met 9.654.475 stemmen voor 150 zetels. Gegevens van zetelverdeling in de Tweede Kamer van 1888 tot en met 2006.
bewerk Voorzitters
Op 6 december 2006 is Gerdi Verbeet (PvdA) verkozen tot voorzitter van de Tweede Kamer. Frans Weisglas (VVD) was tot 29 november 2006 voorzitter van de Tweede Kamer. Op die datum werd afscheid genomen van de vertrekkende Kamerleden na de verkiezingen een week daarvoor. Een historisch overzicht van Kamervoorzitters is opgenomen in de lijst van voorzitters van de Tweede Kamer.
bewerk Griffiers
Sinds 1 november 2004 is Jacqueline Biesheuvel-Vermeijden griffier van de Tweede Kamer. Zij is de eerste vrouw die dit ambt bekleedt. Zie ook lijst van griffiers van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
bewerk Gebouw
In de hal, de Statenpassage, staan vele beelden op voetstukken. Op de eerste verdieping is de grote vergaderzaal Tweede Kamer en diverse kleinere vergaderruimtes voor onder andere commissie vergaderingen.
Verder is in het hele overkoepelende gebouw nog de Handelingenkamer te vinden, waar alle Handelingen zich bevinden.
bewerk Trivia
- Vak k is een speciaal gedeelte van de plenaire zaal van de Tweede Kamer waar bewindslieden plaatsnemen tijdens debatten.
bewerk Zie ook
- Politieke partijen in Nederland
- Politiek spectrum
- Historische zetelverdeling Tweede Kamer
- Huidige samenstelling Tweede Kamer
- Tweede Kamerverkiezingen
- Torentjesoverleg
- Kamercommissie
- Tweekamersysteem
- Voorzitter van de Tweede Kamer
bewerk Externe links
- Website van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
- Kamerverslagen, Kamerstukken en Kamervragen vóór 1995.
- Kamerverslagen, Kamerstukken en Kamervragen na 1995.
| Bronnen, noten en/of referenties: |
